1.Vaststellen agenda
(NB de vergadering is direct aansluitend aan de gecombineerde vergadering BIZA + EUZA)
2.36863
Hulp voor kiezers in het stemhokje
Beslispunt
Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor het verslag?
Amendementen
Er zijn geen aangenomen amendementen die door de regering zijn ontraden op basis van uitvoerbaarheid, rechtmatigheid of handhaafbaarheid.
internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-geen Uitvoeringstoetsen alleen adviezen meegestuurd, op pagina 23 van de memorie van toelichting komt de uitvoerbaarheid aan de orde
Inbreng voor het verslag
3.CLXIV, O en P
Brief van de minister van BZK ter aanbieding van de 'Staat van Groningen en Noord-Drenthe 2026' en de 'Staat van de veiligheid in verband met voormalige gaswinning Groningen-gasveld' (CLXIV, O); Brief van de minister van BZK over de kabinetsreactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe 2026 (CLXIV, P); Herstel Groningen
Beslispunt
Wenst de commissie in schriftelijk overleg te treden met de minister van BZK naar aanleiding van de brief van de minister van BZK van 11 mei jl. en de kabinetsreactie van 10 juli jl.
Toelichting
Bij brief van 11 mei 2026 heeft de minister van BZK de Kamer de Staat van Groningen en Noord-Drenthe 2025 aangeboden, waarmee het Rijk en de regio de voortgang op de uitvoering van de maatregelen uit Nij Begun monitoren. Daarnaast ontving uw Kamer via deze Kamerbrief de ‘Staat van de veiligheid i.v.m. voormalige gaswinning Groningen-gasveld’ van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Op 26 mei jl. heeft u besloten de behandeling van de aanbiedingsbrieven van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe en de Staat van de veiligheid aan te houden tot de kabinetsreactie ontvangen was. Op 10 juli jl. heeft u deze kabinetsreactie op de Staat van Groningen en Noord-Drente en de Staat van de veiligheid ontvangen.
Bespreking
4.Stand van de Uitvoering 2026 / CLXIV
Herstel Groningen
Beslispunten
-
-welke leden wensen heden inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met de minister?
Toelichting
In 2025 bestond de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) 10 jaar. Een constante in deze periode is de kerntaak van NCG, namelijk er zorg voor dragen dat bewoners in het aardbevingsgebied veilig kunnen wonen, werken, naar school gaan en recreëren. Ook in 2026 blijft de primaire taak van NCG het versterken van woningen ten behoeve van de veiligheid in het aardbevingsgebied. Terugblikkend op 10 jaar wil de NCG deze stand van de uitvoering aangrijpen om de rode draad in deze dilemma's uit te lichten: de balans tussen snelheid van de versterkingsopgave en het leveren van kwaliteit in de brede zin. In deze stand wordt eerst teruggeblikt op de stand van de uitvoering 2024, wordt kort aangegeven welke lessen uit 2024 worden meegenomen, en wordt vervolgens verder ingezoomd op dit centrale dilemma. Op 7 juli jl. besloot u heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Inbreng voor schriftelijk overleg
5.Financiën gemeenten en provincies
Brief van de minister van BZK over het verdere traject voor een nieuwe verdeling van het provinciefonds; Begrotingsstaat provinciefonds 2026; Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van BZK over de nahang van het besluit Financiële verhoudingen 2001 in verband met wijzigingen van de maatstaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds, integraal overzicht financiën gemeenten en provincies en preventief toezicht gemeenten 2026; Begrotingsstaat gemeentefonds 2026; Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over de adviezen van de VNG en ROB over herziening verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2027; Verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van Financiën over de uitvoering van de gewijzigde motie-Van der Goot (OPNL) c.s. over corrigeren van te lage inflatieramingen binnen het gemeentefonds; Begrotingsstaat gemeentefonds 2025
Beslispunt
-
-Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor schriftelijk overleg?
Toelichting
In de vergaderingen van 16 juni, 23 juni en 7 juli jl. besloot u heden gelegenheid te bieden voor het leveren van een gebundelde inbreng voor (nader) schriftelijk overleg over de volgende brieven:
-
-36800 B, H
-
-36600 B, Z
-
-36600 B, AA
-
-36800 C, C
Aan het einde van deze toelichting vindt u per brief de voorgeschiedenis.
Deze brieven bevatten de volgende onderwerpen:
-
-het preventief toezicht van gemeenten in 2026
-
-het integraal overzicht financiën gemeenten en provincies
-
-wijzigingen van de maatstaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds
-
-gewijzigde motie-Van der Goot over het corrigeren van te lage inflatieramingen binnen het gemeentefonds
-
-de adviezen van de VNG en ROB over de herverdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2027
-
-de overeenstemming van provincies over de herverdeling van het provinciefonds
Tijdens het debat over het gemeente- en provinciefonds op 15 juni jl. zijn enkele toezeggingen gedaan. Zo werden twee brieven toegezegd door de minister van BZK die u naar verwachting na de zomer (lees: in de tweede helft van september) en begin november kunt verwachten. [Deze toezeggingen hebben gecirculeerd en worden nog ingevoerd, als het T-nummer beschikbaar is wordt deze toegevoegd].
Op 3 november 2026 heeft u nog een gesprek gepland staan met de VNG en ROB. Daarnaast vindt op 24 november 2026 het themadebat ex artikel 51 RvO 'Gemeentefonds - inzicht in medebewindstaken' plaats.
Geschiedenis 36800 B, H
-
1.Tijdens de plenaire behandeling van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds op 8 april 2025 heeft de toenmalige minister van BZK bij de provinciale financiële toezichthouders geïnformeerd naar hun verwachtingen ten aanzien van het aantal gemeenten dat in 2026 onder preventief toezicht zal komen te staan. De minister heeft de Kamer hierover bij brief van 11 juni 2025 (36.600 B, M) geïnformeerd.
-
2.Tijdens de commissievergadering van 8 juli 2025 heeft de commissie de regering verzocht haar na het zomerreces per brief te informeren over eventuele wijzigingen in deze verwachtingen. De minister heeft hieraan invulling gegeven bij brief van 22 september 2025 (36.600 B, P). Naar aanleiding van deze brief heeft de commissie op 7 oktober 2025 besloten het Integraal Overzicht Financiën Gemeenten en Provincies af te wachten, dat op 2 december 2025 is ontvangen (36.800 B/36.800 C, B).
-
3.Op 17 februari 2026 heeft u nader schriftelijk overleg gevoerd met de minister van BZK over de volgende stukken:
-
1.de brief van 11 juni (36.600 B, M);
-
2.de brief van 22 september 2025 (36.600 B, P);
-
3.het Integraal Overzicht Financiële Gemeenten en Provincies (36.800 B/36.800 C, B).
-
-
4.De minister van BZK heeft, mede namens de staatssecretaris van Financiën, bij brief van 24 maart 2026 geantwoord (36.800 B / 36.800 C / 36.600 B, C).
-
5.Tevens voerde uw commissie naar aanleiding van de brief van de voormalig minister van BZK van 29 september 2025 (36800 B, A) schriftelijk overleg met de minister van BZK bij uitgaande brief op 27 januari 2026 over de wijzigingen van de maatstaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Deze vragen zijn bij brief op 26 maart 2026 beantwoord (36800 B, D).
-
6.In de commissievergadering van 31 maart jl. besloot uw commissie 14 april 2026 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg naar aanleiding van de verslagen schriftelijk overleg van 24 maart 2026 (36.800 B / 36.800 C / 36.600 B, C) en 26 maart 2026 (36.800 B, D) (punten 4 en 5), waarbij de inbreng zou worden gecombineerd.
-
7.Deze vragen zijn op 8 juni jl. beantwoord (36800 B, H). Naar aanleiding hiervan besloot u op 16 juni jl. heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg.
Geschiedenis 36600 B, Z
Naar aanleiding van de behandeling van de reactie op het toezeggingen- en motierappel (36800VII/36800 IV, A), waarin de gewijzigde motie-Van der Goot was opgenomen, heeft uw commissie schriftelijk overleg gevoerd met de regering (36.600 B, U). Daarop heeft nader schriftelijk overleg plaatsgevonden. De desbetreffende antwoordbrief ontving u 15 juni jl. en werd voorafgaand aan de begrotingsbehandeling die avond via Signal verspreid (36600 B, Z). Op 23 juni jl. besloot u heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg.
Geschiedenis 36600 B, AA
Op 22 april jl. had de minister van BZK, mede namens de staatssecretaris van Financiën, het advies van de VNG ten aanzien van de Herziening herverdeling gemeentefonds per 1 januari 2027 naar uw Kamer gezonden (36600 B, W). Het advies van de ROB hierover had u reeds op 1 april jl. ontvangen (36600 B/29362, V). Hierover heeft u schriftelijk overleg gevoerd met de regering (zie vergadering 12 mei 2026 onder agendapunten 6 en 7) (29362/36600 B, AQ). De antwoorden heeft u 2 juli jl. ontvangen (36600 B, AA). Op 7 juli jl. besloot u heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg.
Geschiedenis 36800 C, C
Mede namens de staatssecretaris van Financiën, als medefondsbeheerder, informeert de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Kamer per brief d.d. 3 juli 2026 dat het de twaalf provincies gezamenlijk is gelukt onderling tot overeenstemming te komen over een voorstel voor de nieuwe verdeling van het provinciefonds (36800 C, C). Met deze brief wordt uw commissie geïnformeerd over het verdere traject. Op 7 juli jl. besloot u heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Inbreng voor nader schriftelijk overleg
6.35532, 35533 en 36374 (R2187)
Brief van de minister van BZK over grondwetsagenda 2026; Wijziging van de Grondwet inzake de verkiezing, de inrichting en samenstelling van de Eerste Kamer
Beslispunt
Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor schriftelijk overleg?
Toelichting
Bij brief van 22 juni jl. ontving uw commissie een uiteenzetting van de minister van BZK, mede namens de minister en staatssecretaris van J&V, over de betekenis van de Grondwet. De brief bevat tevens een wetgevingsagenda voor het jaar 2026, waarin een aantal specifieke wetsvoorstellen ter sprake komt. Over twee in de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstellen, in behandeling bij uw commissie, schrijft de minister het volgende:
"Bij mijn kennismaking met de commissie Binnenlandse Zaken van uw Kamer op 14 april jl. heb ik aangekondigd dat ik de Kamer zou informeren over de vervolgstappen die ik bij deze grondwetsvoorstellen voor ogen heb. Een belangrijke overweging hierbij is dat deze drie voorstellen bedoeld zijn als een pakket maatregelen dat de werking van het tweekamerstelsel moet ondersteunen en versterken. Omdat er binnen het toenmalige kabinet meer tijd nodig was voordat het voorstel over het terugzendrecht van de Eerste Kamer kon worden ingediend bij de Tweede Kamer, zijn de andere twee voorstellen echter procedureel gaan voorlopen op het voorstel over het terugzendrecht.
Daarom stel ik voor om te beginnen met de verdere behandeling in de Tweede Kamer van het terugzendrecht van de Eerste Kamer. Indien de Tweede Kamer het wetsvoorstel aanneemt, en uw Kamer daarover verslag heeft uitgebracht, zal ik vervolgens de memories van antwoord uitbrengen over de twee andere voorstellen (die al bij uw Kamer in behandeling zijn) en een nota naar aanleiding van het verslag over het eerstgenoemd voorstel. Op deze manier hoop ik eraan te kunnen bijdragen dat de drie grondwetsvoorstellen in het verdere proces weer in hun onderlinge samenhang behandeld kunnen worden."
Het gaat om de volgende wetsvoorstellen:
Wijziging van de Grondwet inzake de verkiezing, de inrichting en samenstelling van de Eerste Kamer (35.532)- Het wachten is op de memorie van antwoord (oude procedure). Het voorlopig verslag is vastgesteld op 26 januari 2021.
Behandeling van tweede lezingen van Grondwetswijzigingen in verenigde vergadering (35.533) - Het wachten is op de memorie van antwoord (oude procedure). Het voorlopig verslag is vastgesteld op 26 januari 2021.
Wijziging Grondwet tot invoering bevoegdheid Eerste Kamer om voorstellen van wet te wijzigen en terug te zenden aan de Tweede Kamer (36.374 (R2187)) - Nog aanhangig in de Tweede Kamer.
Op 30 juni jl. besloot u heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Inbreng voor schriftelijk overleg
7.32802 / 33328 / 35112, E
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van BZK over de voortgang van de uitvoering van maatregelen en toezeggingen Wet open overheid en de meerjarenplannen digitale informatiehuishouding en openbaarheid 2026-2030 en herijkte Actieplan Open Overheid 2023-2027; Initiatiefvoorstel-Snels en Sneller Wet open overheid
Beslispunt
Wenst u in nader schriftelijk overleg te treden met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar aanleiding van de beantwoording van 8 juli jl. of zijn de vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
Op 3 juni 2026 is een brief met vragen van de leden van de fractie van de PVV verstuurd in het kader van nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van BZK over de Meerjarenplannen digitale informatiehuishouding en openbaarheid 2026-2030 (EK, D). Hierbij werd ook het Verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van BZK over voortgang uitvoering maatregelen en toezeggingen Wet open overheid betrokken (33.328/35.112, AP bijlage).
Op 8 juli ontving de commissie de beantwoording van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de minister van Asiel en Migratie.
Bespreking verslag van een nader schriftelijk overleg
8.Stand van de Uitvoering Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) 2025
Beslispunt
Wenst u de Stand van de Uitvoering 2025, die heden op uw agenda staat, te betrekken bij de nog lopende correspondentie met de minister van Binnenlandse Zaken over de vorige Stand (2024) en dus eerst de beantwoording van uw vragen daarover af te wachten, alvorens de Stand van 2025 opnieuw ter bespreking te agenderen?
Toelichting
Heden staat de Stand van de Uitvoering van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) 2025 met publicatiedatum juni 2026 op de agenda.
Eerder (8 juli 2026) is uw commissie in schriftelijk overleg getreden over de Stand van de Uitvoering 2024 met als publicatiedatum maart 2025. Hierop is nog geen reactie ontvangen. U kunt er derhalve ook voor kiezen om eerst deze reactie af te wachten, alvorens te besluiten of de nieuwe Stand aanleiding geeft tot schriftelijk overleg.
Bespreking
9.34.972 / 35.868, AH
Verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van EZK en de staatssecretaris van BZK over enkele toezeggingen en de evaluatie van de Wet digitale overheid (Wdo); Wet digitale overheid
Beslispunt
Wenst u in nader schriftelijk overleg te treden met de staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit naar aanleiding van de beantwoording in de brief van 17 augustus jl. of zijn de vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
Aan de Kamer was, in de brief “Beantwoording vragen over de voortgang Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie en aankondiging nieuwe acties", toegezegd dat zij zal worden geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek naar een meldvoorziening, onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan en kenniscentrum in het kader van de Digitaledienstenverordening (DSA) (35295, BE). Bij brief (34872, AG) d.d. 24 april 2026 zijn de staatssecretarissen van BZK en EZ hier onder punt 2 nader op ingegaan. Naar aanleiding hiervan is op 23 juni jl. een brief met vragen van de fractie van de PVV verzonden. Op 17 augustus jl. werden deze vragen door de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, beantwoord.
Bespreking verslag van een schriftelijk overleg
10.E080071
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over de formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 1 december 2025 en de voortgangsrapportage betreffende de onderhandelingen over het voorstel voor een Richtlijn inzake gelijke behandeling
Beslispunt
Zijn de vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
Het voorstel voor een Richtlijn is in 2008 gepubliceerd. Wegens de benodigde unanimiteit in de Raad is het voorstel tot op heden nog niet aanvaard. Momenteel zijn er nog 3 lidstaten tegen het voorstel.
Op verzoek van het lid Perin-Gopie (Volt) werd het voorstel, naar aanleiding van een op 11 november 2025 gepubliceerde voortgangsrapportage geagendeerd. In de voortgangsrapportage van het Deense voorzitterschap werd ingegaan op de lopende onderhandelingen en daarnaast benadrukte het voorzitterschap het belang van de Richtlijn en sprak het de hoop uit op een akkoord in de nabije toekomst. De voortgangsrapportage stond op de agenda van de WSB Raad van 1 december 2025.
Op 27 januari 2026 is een brief met vragen van de fracties van Volt, D66 en PvdD gezamenlijk over het voorstel verzonden aan de minister van SZW. De minister van BZK heeft op 25 augustus 2026 geantwoord. Het verslag van een schriftelijk overleg ligt heden ter bespreking voor.
De geannoteerde agenda, het verslag van de WSB Raad van 1 december en de voortgangsrapportage zijn ter informatie bijgevoegd.
Bespreking verslag van een schriftelijk overleg
11.36999, A - SR-2026-12
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Financiën over het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer: de adviesorganen van de EU
Beslispunt
Zijn de vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
Op 26 maart 2026 publiceerde de Europese Rekenkamer Speciaal verslag 12/2026 over de adviesorganen van de EU. Volgens de auditors hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s regelmatig moeite om hun adviezen tijdig uit te brengen om nog invloed te hebben op de EU-besluitvorming. Daarnaast wordt de doorwerking van adviezen in de uiteindelijke wetgeving niet systematisch beoordeeld en ontbreken transparante criteria voor de selectie van deskundigen.
Bij brief van 26 mei jl. zijn hierover door de leden van de fractie van de PVV vragen gesteld aan de minister van BZK. De reactie van de minister van Financiën is op 9 juli 2026 ontvangen. Het verslag van een schriftelijk overleg ligt heden ter bespreking voor.
Bespreking verslag schriftelijk overleg
12.36263, T
Brief van de ministers van BZK en van Defensie ter aanbieding van de beleidsreactie op het CTIVD rapport nr. 85 over toepassing filterkader OOG-interceptie; Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen
Beslispunten
-
-Wenst u deze beleidsreactie op het CTIVD rapport nr. 85 over toepassing filterkader OOG-interceptie in behandeling te nemen en zo ja, op welke wijze?
-
-Mocht uw commissie in schriftelijk overleg willen treden met de regering, dan wordt ambtelijk voorgesteld deze inbreng te combineren met uw inbreng op de beleidsreactie op het CTIVD rapport nr. 84 over verwerking van bulkdatasets door de AIVD en MIVD. Deze inbreng staat 22 september a.s. geagendeerd. Wenst u aldus te besluiten?
Toelichting
De AIVD en de MIVD (hierna: de diensten) onderscheppen voor hun onderzoeken grote hoeveel heden communicatiegegevens. Dit wordt onderzoeksopdrachtgerichte (OOG) interceptie genoemd. Het gaat bijvoorbeeld om gegevens die worden verstuurd via internetkabels of satellieten. Het is hierbij onvermijdelijk dat ook gegevens worden onderschept van personen of organisaties waar de diensten geen onderzoek naar doen. Daarmee maken de diensten inbreuk op de privacy van personen. Daarom gelden strikte voorwaarden voor het inzetten van deze bevoegdheid en voor de verwerking van onderschepte gegevens.
De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) houdt toezicht op de rechtmatige uitvoering van bevoegdheden door de diensten.
In de brief van 27 augustus jl. bieden de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Defensie het rapport nr. 85 van de CTIVD aan alsmede de beleidsreactie daarop.
Bespreking
13.Mededelingen en informatie
Gesprek met Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme
Op 29 september vindt van 16.15 tot 17.15 uur het openbare gesprek plaats tussen de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Dit naar aanleiding van het op 8 juni 2026 verschenen Eindrapport Discriminatie doorbreken. Naar een overheid die discriminatie en racisme bestrijdt en voorkomt,en de Voortgangsrapportage Principes voor profilering. Een kritisch perspectief op de toepassing van datagedreven profilering door de overheid van 7 mei 2026 van de Staatscommissie. In de Eindrapportage presenteert de Staatscommissie een actieagenda met concrete oplossingsrichtingen om discriminatie en racisme structureel te doorbreken. Met de Voortgangsrapportage hoopt de Staatscommissie bij te dragen aan het maatschappelijk debat over de inzet van profilering en om de riskante inzet ervan door overheidsinstanties ter discussie te stellen.
Gesprek met de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over gemeentefinancien.
Op 3 november vindt van 16.30 tot 18.00 uur een openbaar gesprek plaats tussen de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Raad voor het Openbaar Bestuur en de Vereniging Nederlandse Gemeenten.
Het gesprek kan gezien worden als het vervolg op eerdere gesprekken over gemeentefinanciën en medebewindstaken naar aanleiding van de rapporten van de ROB (‘Meters maken met medebewind’ en ‘Afrekenen met disbalans’) en mede naar aanleiding van de brief van de VNG van 17 april 2026 met als onderwerp: ‘VNG-advies herijking verdeling gemeentefonds’. En ook de brieven van de ministers van BZK en Financiën van 28 mei en 8 juni 2026 inzake de Herziening van het gemeentefonds alsmede het (vervolg) advies van de ROB van 17 juli 2026 'Duidelijkheid in de (dis)balans'.
Evaluatie Staat van de Uitvoering: Eerste Kamerleden gevraagd
Een onderzoeksbureau is momenteel in opdracht van het WODC bezig met een evaluatie van de Staat van de Uitvoering. Als onderdeel van deze evaluatie zouden de onderzoekers graag een aantal Kamerleden spreken over jun perspectief op de Staat van de Uitvoering en de mate waarin de doelen van de Staat worden bereikt. Welke leden zouden beschikbaar zijn voor een gesprek (waarschijnlijk in de maand november 2026)?
Gespreksverzoek Albanese Kamercommissie: inventarisatie mogelijk deelnemende Eerste Kamerleden
Er is in het zomerreces een verzoek ontvangen van de Albanian Parliamentary Committee on Human Rights and Public Information Media tot een gesprek met leden van de Eerste Kamer op donderdag 17 september a.s., 11.30 uur in de Eerste Kamer. De leden van deze commissie zijn geïnteresseerd in een gesprek over de volgende onderwerpen:
-
•bilateral parliamentary cooperation;
-
•Albania's EU accession process, with a particular focus on Cluster 1 – Fundamentals (Chapters 23 and 24) and the exchange of parliamentary best practices;
-
•the protection and promotion of human rights;
-
•freedom of expression and media freedom, including the European Media Freedom Act (EMFA);
-
•disinformation and information integrity; and
-
•digitalisation and its impact on public administration and fundamental rights.
Het verzoek was niet rechtstreeks aan de commissie BIZA gericht, maar omdat een aantal voorgestelde gespreksonderwerpen op het terrein van uw commissie liggen, wordt heden geinventariseerd of er leden zijn die aan dit gesprek zouden kunnen deelnemen, zodat de haalbaarheid ervan (niet-vergaderdag) kan worden beoordeeld. Welke leden melden zich in beginsel aan? Het gesprek zal alsdan worden voorgezeten door DIGI-commissievoorzitter Gala Veldhoen.
Tussentijds bericht over Wetsvoorstel overdracht pensioenen politieke ambtsdragers aan ABP
Op 20 augustus jl. informeerde de minister van Binnenlandse Zaken de Kamer over de voortgang van de wetgeving voor het onderbrengen van de pensioenen van politieke ambtsdragers in het nieuwe pensioenstelsel. Het ontwerpwetsvoorstel is in het zomerreces in consultatie gegeven en de reactietermijn eindigt op 7 september.
De resultaten van de consultatie en de gesprekken met betrokken partijen worden verwerkt in het wetsvoorstel dat daarna ter advisering voorgelegd wordt aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Het streven is het wetsvoorstel nog in 2026 in te dienen bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel ziet tevens op de uitvoering van de motie-Crone (Kamerstukken I 2022/23, 36067, nr. AO) die de regering verzoekt binnen afzienbare tijd ook de pensioenen voor politici volgens de Wtp vorm te gaan geven. Eerder is de kamer bij brief van 3 juni 2024 (Kamerstukken I 2023/24, 36067, nr. BQ) hierover ook geinformeerd.
