Plenair Janssen bij behandeling Nieuw Wetboek van Strafvordering



Verslag van de vergadering van 10 februari 2026 (2025/2026 nr. 17)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 22.21 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Janssen i (SP):

Dank u wel, voorzitter. De klok liep al. Dank voor de antwoorden van de staatssecretaris, de minister en de regeringscommissaris. U heeft uit mijn woorden wel begrepen dat ik geen onverdeeld voorstander ben van een uitgebreide toepassing van de strafbeschikking; dat is denk ik wel duidelijk geworden. Ik heb daar echter toch nog een vraag over, in het verlengde van wat de heer Schalk daar ook over gezegd heeft. Graag toch nog iets concreter: zou er vóór de strafbeschikking sprake kunnen zijn van een kennisgeving aan een slachtoffer, namelijk dat er gedacht wordt aan het toepassen van een strafbeschikking? Daarin kan gezegd worden: dit gaan we doen met een schadevergoeding et cetera et cetera. Ik vind de drempel van beklag na afloop voor een slachtoffer wel heel erg hoog. Zou u daar dus wat woorden aan willen wijden? Zou dat misschien ook kunnen als afweging bij een van de aanvullingswetten die nog gaan komen? Kan er naar die mogelijkheid gekeken worden: misschien is het wel iets, misschien is het niets, dit is ervoor en dit is ertegen? Ik zie dat wel als een charmante mogelijkheid. Iemand van wie de fiets is gestolen zal zeggen, excusez le mot: god, ik heb al een nieuwe fiets, dus ik vind het prima. Iemand anders zal zeggen: ik was er toch wel erg aan gehecht; het was een fiets van mijn overleden opa en het heeft mij emotioneel heel veel gedaan. Ik noem maar een voorbeeld. Ik bedoel dus vooraf een kennisgeving door de officier van justitie dat hij een strafbeschikking gaat toepassen. Dat is mijn vraag aan u. Ik ben heel erg tegen het verdelen van de schaarste. Mijn grote angst zit erin dat die schuif van de strafmaat gebruikt gaat worden om nog minder middelen toe te kennen. Dan wordt er gezegd: als we de grens van die strafmaat nou nog iets omhoog doen, dan zouden we best weleens met wat meer strafbeschikkingen af kunnen. Daar wil ik wel voor waarschuwen, want dat vind ik echt een glijdende schaal.

Voorzitter. Dan hoorde ik de staatssecretaris zeggen dat alle digitale communicatie zal moeten voldoen aan de daarvoor geldende normen. Ik neem aan dat de staatssecretaris daarmee de WCAG 2.1 onder de letters AA bedoelt. Dat zal vast wel iemand even voor u nakijken. Dat is wel even de vraag. Dat is ook nog weleens een probleem.

Ik heb het over de Omgevingswet gehad, niet omdat ik dat nou zo graag doe, maar omdat we daar wel heel veel van kunnen leren. Ook het Adviescollege ICT-toetsing ziet daar parallellen met het huidige traject. Dat hebben we in de deskundigenbijeenkomsten gehoord en heb ik ook uit de nagesprekken begrepen. Anders ontstaat er een scenario dat redelijk voorspelbaar is. Er is te weinig geld voor de organisaties, minder dan waar ze om gevraagd hebben. Die zeggen dan: voor dit geld hebben we het niet kunnen doen; we zijn niet klaar, maar eigenlijk is het al too big to fail geworden. Dan kunnen ze niet langer wachten, moeten ze toch een keer door, dus beginnen ze maar vast. Dat zou wel heel erg zonde zijn, want dan maken we dezelfde fouten als in het verleden. Laten we daar alstublieft van leren.

Voor mijn laatste oproep heb ik nog één opmerking. Misschien verwacht u dat het Adviescollege ICT-toetsing zegt "doe het wel" of "doe het niet". Dat gaan ze nooit zeggen. Dat hebben we ook bij de Omgevingswet geleerd. Zij geven alleen de risico's aan. De afweging om er wel of niet mee door te gaan is echt aan de regering. Zij geven geen go of no-go.

Dan sluit ik af met mijn laatste opmerking. Ik doe een oproep om met die financieringsvraag, als die er is, goed onderbouwd, serieus om te gaan. Doe dat vooral tijdig en niet te laat, want dan heeft u de vertraging ingebouwd.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik tot slot nog heel kort het woord aan de heer Van Hattem, die alsnog even het woord heeft gevraagd.