Verslag van de vergadering van 10 februari 2026 (2025/2026 nr. 17)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 22.16 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat mijn vragen bijna beantwoord zijn. Ik zie de staatssecretaris knikken. Hij heeft nog een antwoord van mij tegoed. Ik had de vraag gesteld: klopt het nou dat de beginselen van een goede procesorde voor alle bevoegdheden gelden die in het strafprocesrecht zijn geregeld? Zie ik het goed dat de rechter, als hij deze toepast, de eisen van behoorlijk bestuur die voor beslissingen gelden daarin zou kunnen betrekken? Daar is een kort antwoord op gekomen: ja. Daar ben ik heel blij mee, want dit betekent dat er een duidelijke begrenzing en normering is van de bevoegdheidsuitoefening.
Het tweede punt waar ik over begonnen was, is de kwestie: hoe nu als er een situatie is dat er geen raadsman is te vinden voor een verdachte? Ik heb het Marengoproces als voorbeeld genoemd. Ik heb het niet over dat proces, maar over de algemene situatie. Ik ben overigens bang dat dit vaker gaat voorkomen. Hoe moet je daarmee omgaan? Is daar op dit moment in het strafprocesrecht een oplossing voor te vinden? Ik denk dat ik er toch wel heel erg aan hecht dat de regering daar eens over nadenkt en ons daarover informeert.
Je hebt de amicus curiae; dat is eigenlijk "de vriend van de rechter", maar je kunnen zeggen dat het een procesbewaker is. Dit heeft gespeeld bij het Joegoslaviëtribunaal, waarbij Wladimiroff op een gegeven moment is ingeschakeld omdat Milosević überhaupt een raadsman weigerde. Die Wladimiroff zei: ik treed niet op voor de verdachte; ik treed op voor de rechter die mij vragen heeft gesteld. Zo zeg ik het maar even.
We hebben in het bestuursrecht die constructie in feite ook al. Daar heeft de Raad van State soms inlichtingen gevraagd aan juristen: hoe kijk jij nou aan tegen zo'n zaak? Er is zelfs een heel rapport verschenen over de vraag of dat allemaal goed loopt enzovoort. Dat kan omdat de Raad van State aan derden om inlichtingen kan verzoeken. Zo'n bepaling komt op dit moment niet in het strafprocesrecht voor. Dat is dus een hiaat. Er komt wel in voor dat de strafrechter op een gegeven moment inlichtingen kan vragen aan een deskundige. Nou zou je je kunnen voorstellen dat we die bepaling als volgt kunnen toepassen. We vragen een juridisch deskundige niet om als raadsman op te treden, maar we stellen hem de vraag: wat zou u als deskundige nou in de situatie dat u raadsman was van deze verdachte die geen raadsman wil, aanvoeren ter bestrijding van de argumenten van het OM? Kan dat? Of zeggen we: nee, de bepaling in het wetboek over deskundigen ziet daar niet op? Daar wil ik een motie over indienen; ik wil als Kamer vragen om daar een notitie over te krijgen. Die motie luidt aldus.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het van belang is dat als geen advocaat bereid kan worden gevonden een verdachte bij te staan, een oplossing moet worden gevonden voor de voortgang van het proces waarbij zulke rechtsbijstand ontbreekt;
verzoekt de regering om binnen twee maanden in een notitie de Kamer te informeren over de vraag of voorschriften van het Wetboek van Strafvordering daarin voorzien en, zo nee, welke aanpassingen noodzakelijk zouden zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nicolaï, Marquart Scholtz, Dittrich, Hartog, Van Bijsterveld, Janssen en Recourt.
Zij krijgt letter M (36327, 36636).
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik ben heel benieuwd. Ik denk dat het heel belangrijk is dat daar duidelijkheid over komt. Ik denk dat iedereen blij is als er een goeie notitie komt waarin dat wordt uitgelegd. Ik zie met belangstelling de beantwoording van de nog openliggende vragen tegemoet.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Janssen van de SP.