Plenair Janssen bij behandeling Nieuw Wetboek van Strafvordering



Verslag van de vergadering van 10 februari 2026 (2025/2026 nr. 17)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 16.58 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Janssen i (SP):

Voorzitter, dank u wel. Na een woord van welkom en dank aan de minister, de staatssecretaris en regeringscommissaris Knigge wil ik graag beginnen met enkele welgemeende complimenten, om te beginnen een compliment aan de leden van de Tweede Kamer, die deze wetsvoorstellen zo zorgvuldig hebben behandeld. Want de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat wij dat ook weleens anders zien. Er is in opeenvolgende wetgevingsoverleggen zorgvuldig inhoudelijk naar de materie gekeken. En er zijn wat de SP betreft ook zinvolle amendementen ingediend en aangenomen, al valt er over sommige nog best iets te vragen, zeg ik dan in de richting van de heer Talsma.

Voorzitter. Een volgend compliment is voor de werkgroep die in deze Kamer onze behandeling heeft voorbereid. Dat is daarmee natuurlijk ook meteen een groot compliment aan de ambtelijke staf, die de werkgroep zo uitmuntend heeft ondersteund.

We kunnen vandaag geen letter meer aan deze wetten veranderen. Dat is nou eenmaal ons lot in deze Kamer. De vragen die tot nu toe gesteld zijn, zijn daar ook niet op gericht, maar werpen de blik vooruit. Inhoudelijk kan ik me aansluiten bij de vragen die al zijn gesteld door collega's die eerder spraken.

Dat het Wetboek van Strafvordering moet worden gemoderniseerd, staat voor mijn fractie dan ook niet ter discussie. Maar ik ontkom er na meer dan tien jaar directe bestuurlijke en politieke betrokkenheid bij de totstandkoming en invoering van de Omgevingswet niet aan dat een vergelijking met de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering zich wel bij mij heeft opgedrongen. Want bij een grote aanpassing doemen onvermijdelijk ook de rotsen op waar zo'n ingrijpende verandering op stuk kan varen. Het risico van veranderen om te veranderen ligt op de loer en de beoordeling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is voor mijn fractie al klimmend op de afwegingsladder van overwegingen naar bedenkingen en naar mogelijke bezwaren. Bij onze deskundigenbijeenkomsten bleek er ook grote twijfel of de beweging naar voren wel zal leiden tot het beoogde doel: een toegankelijker, werkbaarder en sneller proces. Dat leidt bij mijn fractie wel tot bedenkingen over de uitvoering. De cruciale vraag is dan ook of iedere verandering nu wel een verbetering is. Behouden we het goede en veranderen we alleen wat veranderd moest worden? In mijn eigen woorden: doen we nog het goede en, zo ja, doen we het goede dan nog op de goede manier?

Op die eerste vraag, of we nog het goede doen, lijkt het antwoord, ondanks opmerkingen links en rechts, bevestigend, gelet op de stemmingsuitslag in de Tweede Kamer. Eerder noemde ik al de amenderingen door de Tweede Kamer die nog verfijningen hebben aangebracht. Daarin zit ook niet de zorg van de SP-fractie. We krijgen bovendien nog aanvullende wetgeving. De zorg van de fractie ziet met name op de tweede vraag, namelijk of we de goede dingen nog op de goede manier doen of, gelet op de huidige staat van de rechtsstaat, beter geformuleerd: zijn we nog in staat om de goede dingen op de goede manier te doen? Is de politie nog in staat om op te sporen? Is het Openbaar Ministerie nog in staat te vervolgen? Is de rechtspraak nog in staat om recht te spreken? Is de advocatuur nog in staat de voor een zorgvuldig proces noodzakelijke rechtsbijstand te bieden? Zijn de mensen en de middelen die beschikbaar staan afdoende om het vertrouwen in de rechtsstaat overeind te houden? Hoe verhoudt het nieuwe Wetboek van Strafvordering zich tot de realiteit van dit moment? Graag een reflectie van de minister.

Als die mensen en middelen in de praktijk niet afdoende zijn, dan brokkelt het vertrouwen in de rechtsstaat verder af. De kranten staan vol berichten over schikkingen met zware criminelen, inclusief wat witteboordencriminaliteit wordt genoemd: voor miljoenen gefraudeerd en in de beleving van velen met een financiële schikking weggekomen. Die schikkingen zijn niet uit luxe. Ze zijn het gevolg van te weinig mensen, te weinig middelen om dergelijke grote zaken in een strafzaak voor de rechter te brengen. Dat raakt aan het rechtvaardigheidsgevoel van veel mensen. We zien dit in toenemende mate. Het is een symptoom van te weinig mensen en te weinig middelen.

Daarbij passen ook steeds verder gaande pleidooien van het Openbaar Ministerie om zaken zelf af te doen; het Openbaar Ministerie dat rechtspreekt. En ja, die strafbeschikking bestaat al sinds 2008, maar de verhoogde inzet van het middel wordt nu gemotiveerd met te weinig zittingscapaciteit en te weinig celruimte. Dat is in de ogen van de SP-fractie een glijdende schaal. Die hele discussie over de strafbeschikking zal ik nu niet gaan voeren, maar de vraag aan de minister is of dat de richting is die we met de strafvordering op willen gaan. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de bestuurlijke strafbeschikking. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. Het slagen van de opzet van het nieuwe Wetboek van Strafvordering staat of valt bij mogelijkheden en onmogelijkheden in de uitvoering, en daar heeft de SP-fractie grote zorgen over. Kan de keten dit aan? Er zijn grote zorgen over de kwaliteit en veiligheid van de ICT in de keten. De invoering van dit gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering valt samen met een grote ICT-operatie waarin de oude systemen moeten worden vervangen. Mijn betrokkenheid bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet sinds 2011 hebben mij vanuit de praktijk huiverig gemaakt voor dit soort grote ICT-operaties. De slogan van de Omgevingswet, Eenvoudig Beter, is verworden tot het tegenovergestelde. De rapporten over problemen bij ICT-projecten van de overheid zijn talrijk en bieden weinig hoop op een goede afloop. In dit geval gaat het ook nog eens om een grootschalige verbouwing terwijl de winkel openblijft.

De minister zal ongetwijfeld zijn vertrouwen uitspreken in de goede afloop van dit proces — hij kan moeilijk anders — maar laten we voorkomen dat, zoals bij de Omgevingswet in 2019, het Wetboek van Strafvordering in werking treedt om de reden dat het too big to fail is geworden. Het Adviescollege ICT-toetsing heeft ook bij de Omgevingswet diverse keren een stormvlag gehesen, maar toch volgde de invoering, met de nodige omleidingen en afgesneden bochten. Mijn voorspelling is dat we met de minister of zijn opvolgers in deze Kamer nog regelmatig het debat zullen voeren over hoe de praktijk zo kon afwijken van hetgeen wat op de tekentafel is bedacht, hoe het kon dat BAS en EMMA door hun enkels zakten, zodat ze helemaal niet meer aan dansen toekwamen.

Voorzitter, helemaal tot slot. Mijn slotvraag aan de minister is dan ook of er een plan B klaarligt als de ICT vastloopt. Ligt zo'n integraal plan B voor de keten klaar op het ministerie voor zijn opvolger? Of vindt de minister dat de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak daar maar zelf voor moeten zorgen, ieder voor zich? Ik hoor het graag.

Voorzitter, ik kijk uit naar de beantwoording door de minister.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag tot slot het woord aan de heer Hartog van de fractie van Volt.