Verslag van de vergadering van 3 februari 2026 (2025/2026 nr. 16)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 22.12 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik had in de eerste termijn nog niet de heer Kanis en mevrouw Straus gefeliciteerd met hun maidenspeech. Dat kon ook moeilijk omdat mevrouw Straus pas daarna kwam met haar maidenspeech, maar bij dezen. Ik ben blij u in ons midden te hebben. We zullen nog heel wat gedachten wisselen.
Dan het onderwerp van vandaag. Ik denk dat ik duidelijk geweest ben: onaanvaardbaar. Het gemis aan brede belangenafweging is toch wel een heel belangrijk punt. Het gaat allemaal maar over landbouw. Ik hoor niks over woningbouw en andere aspecten. Het is gewoon gegijzeld geweest door de landbouw.
Het is onuitvoerbaar. Ook dat heb ik aangegeven. Ik heb de minister gevraagd naar een legale situatie. Dat is óf een vergunning óf in feite stoppen met de bedrijfsuitbreiding óf uitkoop. Een vergunning gaat niet lukken, want er is geen stikstofruimte. Niemand in de Kamer heeft gezegd dat er wel stikstofruimte is. Die is er gewoon niet, dus een vergunning gaat niet lukken. Het is dus onuitvoerbaar.
Dan blijft over het stoppen van de illegale activiteiten. De minister zegt: dat doen we alleen bij vrijwilligheid. We zien dat er maar 16 van de 3.000 PAS-melders gestopt zijn, dus daar is ook nog niks van terechtgekomen. Ze zegt: onder dwang kan het niet; dat is juridisch niet mogelijk. Dat laatste punt is dus niet juist. Ik ga even naar het nieuwe regeerakkoord. Dat is niet het regeerakkoord waar deze minister achter staat, maar er staat wel iets belangrijks in: als het stikstofdoel van 2035 niet wordt gehaald, zal als ultieme remedie worden gekort op dier- of fosfaatrechten. Daar staat het al. Je kan dus gewoon korten op die rechten. Dat doe je door de vergunning óf in te trekken óf te wijzigen, zodat er minder dieren mogen worden gehouden. Sterker nog, in artikel 6, lid 2 van de Habitatrichtlijn staat een bepaling die Nederland een verplichting oplegt: de lidstaten nemen passende maatregelen om in speciale beschermingsgebieden de aantasting van natuurlijke habitats te voorkomen. Dit is een verplichting om als dat dreigt, passende maatregelen te nemen. Vervolgens zien we artikel 8.103 van het Bkl. Ik wijs de minister daar met nadruk op, want ze zei: het kan helemaal niet; er is geen wet die dat mogelijk maakt. In dit artikel staat: het bevoegd gezag trekt een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit in ieder geval in of wijzigt een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit in ieder geval, als dat nodig is ter uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn. Dus als piekbelasters een habitatgebied ernstig verontreinigen en er geen andere mogelijkheid is om dat tegen te gaan dan de passende maatregel van intrekking of wijziging van een vergunning, dan hoort dat gewoon te gebeuren.
Voorzitter. We hebben het gehad over de handhaving. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft gezegd: er moet nu wat gebeuren; ik moet concrete maatregelen zien. We zien nog steeds geen concrete maatregelen, en er moeten volgens de rechtspraak concrete maatregelen zijn waarvan vaststaat — en niet: waarvan verwacht wordt — dat die effect hebben. Nu dat uitblijft, zullen er handhavingsverzoeken komen. Daar hebben we het allemaal al over gehad. Sommigen vrezen het en anderen zien het nu al gebeuren. Eigenlijk zijn er dan twee mogelijkheden. De ene is dat de PAS-melders niet met een vergunning kunnen worden geholpen, omdat er onvoldoende stikstofruimte is. Dan zullen zij hun activiteiten dus moeten stoppen. Dat is één. De tweede mogelijkheid is om de PAS-melders te helpen met stikstofruimte. Dan zullen, zoals Remkes voorstelde, piekbelasters met intrekking of wijziging van de vergunning geconfronteerd moeten worden. Dat zal dan snel moeten gebeuren en niet pas in 2035. Dat is niet wat de minister wil en daarin verschillen wij van mening.
Maar ik ben heel blij dat ik vandaag met haar in discussie heb kunnen gaan. Ik meen dat ik veel geïnterrumpeerd heb, wat ik normaal niet doe, dus dat is een compliment voor deze minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer De Vries van de SGP.