Verslag van de vergadering van 3 februari 2026 (2025/2026 nr. 16)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 13.48 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Kanis i (D66):
Bedankt, voorzitter. Ook dank aan alle collega's hier in de zaal. Het valt mij in de eerste maanden op dat er in deze Kamer op een prettige manier politiek bedreven wordt: altijd scherp op de inhoud, met aandacht en waardering voor elkaar, en er wordt elkaar iets gegund. Menselijke politiek, fijn!
Voordat ik met u in de Wet maatwerkaanpak PAS-projecten duik, maak ik graag gebruik van de mogelijkheid om iets persoonlijks te vertellen, omdat het vandaag de eerste keer is dat ik spreek in de plenaire zaal. Dat doe ik aan de hand van twee regels uit het paspoort die ieder mens vormen: wanneer je geboren bent en waar je geboren bent.
Voorzitter. Ik ben geboren op 19 januari 1990. Dat betekent niet alleen dat ik twee weken geleden mijn 36ste verjaardag vierde; dat betekent ook dat ik het jongste lid van deze Kamer ben. Voor mij is het zijn van de jongste senator meer dan een statistiek. Het voelt ook als een extra verantwoordelijkheid om jongere generaties in deze Kamer te vertegenwoordigen.
Het is belangrijk wanneer je geboren bent, omdat de gebeurtenissen en omstandigheden in de wereld jou en je generatie vormen. Mijn generatie groeide op in de jaren negentig, een tijd die door de filosoof Francis Fukuyama treffend werd omschreven als "het einde van de geschiedenis". Het einde van de geschiedenis, waarin na de val van de Muur en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bijna de hele wereld de liberale democratie omarmde als beste bestuursvorm, waarin wereldwijd de welvaart tot ongekende hoogten kon groeien dankzij vrije internationale handel en waarin we met de millenniumdoelen van de Verenigde Naties eensgezind armoede, honger en ziekte de wereld uit zouden helpen. In die jaren negentig van vrijheid, vooruitgang en optimisme groeiden mijn generatiegenoten en ik op. Hoe groot is dan het contrast met de wereld van nu, waarin de democratie in toonaangevende landen snel en hevig afbrokkelt, waarin handel geen bron van welvaart meer is maar een onderdrukkend machtswapen en waarin er oorlog op ons continent is en oorlog in hybride vorm steeds vaker in ons eigen land opduikt. Juist in deze wereld voelt het als een grote verantwoordelijkheid om jongere generaties hier te vertegenwoordigen.
Toen ik elf jaar geleden voor het eerst in de Provinciale Staten van Gelderland werd verkozen, was ik ook de jongste. Vaak werd er gezegd dat het goed was dat er jonge mensen zoals ik in de politiek zaten, want wij zouden nog het langste met de gemaakte politieke keuzes te leven hebben. Maar volgens mij doet dat het belang van jonge mensen in de politiek tekort, want de wetten die wij hier behandelen, raken jongeren soms juist harder dan oudere generaties. Ik denk bijvoorbeeld aan het woningtekort, waardoor honderdduizenden jongeren nu al jaren langer bij hun ouders wonen. Ik denk aan coronalockdowns, die bij tieners en twintigers extra hard zijn aangekomen. Juist in die levensfase van ontdekken en experimenteren komt een sociaal isolement extra hard aan. En ik denk aan de reëele dreiging van oorlog. Het is vanuit het comfortabele leven in Nederland onvoorstelbaar dat het mijn generatiegenoten zijn die nu, op dit moment, ook voor onze vrijheid vechten aan de frontlinie in Oekraïne. Daarom doe ik een oproep aan de partijen die in de loop van dit jaar hun kieslijsten voor de Eerste Kamer gaan maken: ga actief op zoek naar jonge mensen die geschikt zijn voor een rol in de senaat, want slimme, jonge mensen die dit werk kunnen doen, bestaan echt. Dan hoop ik dat over anderhalf jaar de jongste senator niet ergens halverwege de 30 is, maar hoogstens halverwege de 20.
Voorzitter. Dan volgt de vraag waar ik die 19 januari 1990 dan geboren ben. Dat was in het oude stadsziekenhuis van Kampen, in Overijssel. Ik groeide op op het Kampereiland, op de melkveehouderij van mijn ouders. Het is een echt familiebedrijf. Toen ik jong was, werkte mijn opa nog dagelijks op de boerderij en werkte mijn vader buiten de deur. Toen mijn opa ouder werd en steeds minder kon werken, was mijn vader vaker thuis op de boerderij. Gezamenlijk bouwden mijn ouders in die tijd aan een tweede tak: een zorgboerderij waar ze kinderen en jongeren opvangen en waar de belangrijkste behandelmethode bestaat uit bezig zijn op de boerderij, werken met dieren en genieten van het buitenleven. Wie opgroeit op het Kampereiland, is onderdeel van een kleine maar hechte plattelandsgemeenschap waar de school, de kerk, een ontmoetingscentrum en ons erf het kloppende hart van vormen.
Voorzitter. Veel jongens die op die plattelandsschool zaten, gingen meteen na school hun vader helpen op de trekker of in de melkput, maar ik niet. Ik zag een andere toekomst voor me. Na de middelbare school ging ik Economie en Beleid studeren in Wageningen. Eigenlijk was dat voor niemand een verrassing, want hoezeer ik ook hou van het leven op de boerderij, nog sterker is mijn passie en interesse voor de grotere wereld daaromheen op het gebied van landbouw en natuur. Al toen ik een jaar of 15 was, had ik met mijn vader en opa discussies aan de keukentafel over de koers van de landbouw. Dat waren ook felle discussies, bijvoorbeeld over het afschaffen van het melkquotum. Past een productieplafond nog bij de eenentwintigste eeuw of moeten we accepteren dat de zuivelmarkt een wereldmarkt is? Het besluit van bijna twintig jaar geleden heeft nog steeds grote impact op de melkveehouderij van vandaag.
Voorzitter. Dat de oudste zoon van een boerenbedrijf gaat studeren en voor een politieke carrière kiest, is geen vanzelfsprekendheid. Ook mijn broertje en zusjes hebben nooit de ambitie gehad om boer te worden. Het bedrijf van mijn ouders is daarmee een van de vele boerenbedrijven zonder bedrijfsopvolger. Natuurlijk is een familiebedrijf dat van generatie op generatie wordt doorgegeven, bijzonder en waardevol. Dat gaat echter niet gebeuren. In de waarden die ik van mijn ouders heb meegekregen, zit namelijk iets wat nog belangrijker is: laat je niet leiden door traditie, maar maak gebruik van de talenten die je gekregen hebt en zet ze in, niet alleen voor jezelf, maar ook voor de mensen om je heen, voor de wereld en voor elkaar.
Voorzitter. Mijn opa is er helaas niet meer, maar de gesprekken en discussies tussen mijn vader en mij vinden nog bijna wekelijks plaats. Die gaan de laatste jaren natuurlijk over de toekomst van de landbouw, over stikstof en ook over PAS-melders. Daarmee is de stap van de keukentafel op het Kampereiland naar de plenaire zaal van de Eerste Kamer eigenlijk heel klein. Vandaag spreken we namelijk over de PAS-melders, een groep boeren die door fouten van de overheid al jarenlang in de knel zit. Deze groep zit al bijna zeven jaar in grote onzekerheid. Het is een verlammende onzekerheid, waarbij handhaving als een donkere wolk boven het hoofd hangt en plannen maken voor de toekomst haast onmogelijk is geworden. Dat is een schandalige situatie, die we zo snel mogelijk moeten oplossen, want niemand verdient het om zo behandeld te worden door de overheid.
Het is niet zo dat er in die zeven jaar niks gebeurd is. Telkens werden er stappen gezet, maar het was telkens opnieuw een eerste stap in de goede richting. Ook de wet die we vandaag bespreken, voelt als de zoveelste eerste stap. Ook zet de D66-fractie er grote vraagtekens bij of het wel een stap in de goede richting is. Dat bespreek ik graag met u aan de hand van twee elementen, namelijk uitstel van handhaving en het ontbreken van bronmaatregelen.
Met deze wet leggen we vast dat de overheid extra tijd krijgt om de situaties van de PAS-melders op te lossen. Op het eerste oog is dat een begrijpelijke keuze, omdat de eerder uitgetrokken periode in 2025 afliep en omdat er in die tijd slechts een heel klein aantal boeren daadwerkelijk is geholpen met een oplossing. Ik vind echter dat we daarbij ook het eerlijke verhaal moeten vertellen aan de PAS-melders: deze nieuwe deadline is eigenlijk niet meer dan een papieren werkelijkheid, een lege huls. Die lege huls staat in schril contrast met uitspraken van de rechter, die de overheid er keer op keer op wijst dat de legalisatie van PAS-melders alleen mogelijk is als we de stikstofuitstoot stevig reduceren en de natuur versterken.
Dat brengt mij op het tweede punt: het ontbreken van bronmaatregelen. Ook nu weer trapt het kabinet het blikje voor zich uit. Met de belofte van een rekenkundige ondergrens wordt er gezocht naar het zoveelste geitenpaadje in dit dossier. En de daadwerkelijke maatregelen die voor stikstofreductie en natuurherstel moeten zorgen? Die zitten in een programma dat later moet komen.
Voorzitter. Het is zeer voorstelbaar dat de rechter deze wet onvoldoende vindt om daadwerkelijk over te gaan tot uitstel van handhaving. Dat betekent dat de grootste nachtmerrie van boerengezinnen die zich altijd aan de geldende wet- en regelgeving hebben gehouden, waar wordt. Op last van hoge dwangsommen zullen zij hun stallen moeten slopen en dieren weg moeten doen. Voor heel veel PAS-melders betekent dat: einde bedrijf.
De fractie van D66 heeft daarom de volgende vragen aan de minister. Eén. Welke boodschap heeft de minister voor deze gezinnen, die door de besluiteloosheid van dit kabinet in grote onzekerheid blijven zitten? En twee. Als de rechter ondanks deze wet besluit dat er geen zicht is op legalisatie omdat echte bronmaatregelen ontbreken, is de minister het dan met de D66-fractie eens dat niet alleen het vertrouwen in de overheid daarmee wordt geschaad, maar dat het ook het vertrouwen in de democratie en de rechtsstaat ondermijnt?
Voorzitter. Tot slot. Waar en wanneer je ook geboren bent, ieder mens kan voelen dat de overheid deze boerengezinnen in de steek laat. De enige manier om dat te veranderen, is echte maatregelen treffen, die de uitstoot van stikstof reduceren en onze natuur beschermen. Stikstofwetgeving gaat alleen effectief zijn als die daadwerkelijk zorgt voor minder stikstofuitstoot. Alleen als we met elkaar zeggen dat de tijd van pappen en nathouden, geitenpaadjes en blikjes vooruittrappen voorbij is, kunnen we een oplossing vinden voor de PAS-melders. Daarom zou ik zeggen: aan de slag!
De voorzitter:
Meneer Kanis, mijn hartelijke gelukwensen met uw maidenspeech. Ik wil graag iets over uw achtergrond schetsen. U heeft net al het een en ander gezegd over uw studie. Wij kunnen ons voorstellen dat de keuze voor die studie te maken heeft gehad met uw achtergrond, want uw ouders hadden een melkveehouderij en later een zorgboerderij.
Na die studie bent u gaan werken bij Prowind. Momenteel werkt u bij Eneco, als locatieontwikkelaar voor windenergie. Ook was u acht jaar lid van de Provinciale Staten van Gelderland, van 2015 tot 2023. U zei dat net al. Daar hield u zich al bezig met veel van de onderwerpen die u ook hier namens de D66-fractie gaat behandelen, zoals landbouw, natuur en duurzaamheid. U brengt daarmee waardevolle kennis en ervaring vanuit de regionale politiek mee naar deze Kamer.
In de Stentor erkende u dat D66 geen partij is die zich neerzet als belangenbehartiger van de agrarische sector, maar, zo zei u: dat neemt niet weg dat we volgens mij goede ideeën hebben over hoe de landbouw eruit zou moeten zien en welke verandering daarvoor nodig is.
Op 18 november werd u geïnstalleerd als opvolger van mevrouw Belhirch, die lid is geworden van de Tweede Kamer. Met uw installatie bent u nu ook de benjamin van deze Kamer. Dat stokje heeft u overgenomen van collega Van Aelst. In de krant De Stad Wageningen zei u daarover dat het belangrijk is dat ook jongere generaties een stem hebben, omdat in de Eerste Kamer beslissingen worden genomen die bepalend zijn voor de toekomst van onze kinderen maar ook voor de jongeren van nu.
Bij uw LinkedIn-profiel staat: werkt in de wind. Dat is een prachtige omschrijving, waarbij ik van allerlei dingen begon te denken. U brengt als jonge senator natuurlijk een frisse wind mee, maar ik zie u ook rechtop in de wind staan, in een heel weids landschap waar weer een nieuwe windmolen wordt geplaatst. Hoe de wind verder ook waait, vandaag staan we stil bij uw redenaarsdebuut in de Eerste Kamer. Ik feliciteer u nogmaals van harte met uw maidenspeech. We gaan nu wel het debat voortzetten. De felicitaties van mij en uw andere collega's laten we plaatsvinden aan het einde van de eerste termijn, want wij hebben straks nog een maidenspeech. Dan zult u ook enige bloemen krijgen. Dank u wel.
(Applaus)
De voorzitter:
Inderdaad, we mogen wel even klappen. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Holterhues van de fractie van de ChristenUnie.